Het gebouw en (leer)omgeving
Helder, ruim met veel licht van buiten en overzichtelijk.
Veel groen, maar geen dichte begroeiing; creëren van ruimte. Gevarieerd plein met uiteenlopende zit / wandel mogelijkheden.
Omstandigheid creëren waardoor leerlingen gestimuleerd worden zelf bij te dragen aan veranderingen en/of verbeteringen
van de inrichting van het buiten gebied. Ruimte voor sport en spel.
Afdakje voor de regen voor de enkele roker...
Gebouw in cirkel rond het buiten verblijf (plein, wat niet op een plein mag lijken)
Theoretische leerlijnen en praktische leerlijnen ontmoeten elkaar in pauzes. In kantine en buiten.
Voor bgg lokalen eerst bordes met groen, ter vermijding van te directe inkijk van buiten naar binnen en andersom.
Zorg dragen dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen uiteenlopende groeperingen.
Gezamenlijke activiteiten.
Indeling gebouw met betrekking tot vakken zó dat geen hinder ondervonden wordt van elkaar. (Herrie / stank praktijk versus theoretische vakken).
Het spreekt voor zich dat een les in één ruimte wordt gegeven. Overzicht van zowel docent als leerling is van groot belang. Leermiddelen.
Klassen voorzien van smart-board, en computers. Daarnaast speciale ruimte met computers. Centraal systeem waar leerling eigen "space" heeft. Kan m.b.v. programma eigen cyber-leeromgeving creëren t.b.v. zelfstudie. Leerling heeft zelf inzicht in vorderingen en voortgang, compleet met het leerplan t/m uitstroomprofiel en data. Leerling kan huiswerk digitaal inleveren, zowel geschreven als getypt.
ML, ZMLK en SMOK leerlingen hebben dit ook, maar binnen klas-setting. Ingeroosterde zelfstudie uren kunnen ze verdienen.
Evenzo goed kunnen de reguliere onderwijs leerlingen beperkt worden in hun cyberspace- opties wanneer blijkt dat zij nog moeten leren omgaan met hun eigen verantwoordelijkheden, planning etc.
Naast hightech óók goedgeoutilleerde bibliotheek met studieboeken, de klassiekers en overige ontspanning.
Prikbord in kantine met mededelingen, gecombineerd met dat deze mededelingen op een digitaal bord staan.
Elke leerling heeft de beschikking over een laptop en is in staat om met deze laptop op het schoolnetwerk te werken, zodat lesstof gemakkelijk van het systeem afgehaald kan worden en huiswerk gemakkelijk ingeleverd kan worden via het netwerk.
De gehele lesstof is digitaal aanwezig op het schoolnetwerk Week en dagindeling
5 dagen per week naar school. Na 1e periode van 3 maanden zsm praktijkervaring opdoen dmv erkende leerwerkbedrijven. Praktijklijn: 3 dagen waarin 1e twee uur vaktheorie en aanverwant, vervolgens 5 uur praktijk. De praktijk sluit dus direct aan op de vaktheorie van de 1e twee uur. Lessen en instructievormen
In de praktijkschool wordt zoveel mogelijk het bedrijfsleven nagespeeld, compleet met werkorders.
De doelgroep betreft leerlingen met interesse voor techniek, horeca en logistiek.
De praktijk in de werkplaats van school is leidend. De moeilijkheidsgraad van de opdrachten van de werkplaats zijn ten alle tijden gekoppeld aan de vaktheorie én de stage in het bedrijfsleven.
Leren door doen, leren door beleven. Een constante koppeling tussen theorie, praktijk op school en stage.
Er is veel aandacht voor sport en spel. Er wordt Klassikaal les gegeven, terwijl ruimte is voor differentiaal aanbod.
Te weten een:
- basis studiestof aanbod, theorie aanbod waarmee aansluiting wordt gevonden op de ROC niveau 2, een
- extra studiestof aanbod voor de leerling die zich meer kan verdiepen, verantwoordelijke taken erbij krijgt. Wanneer dit niet toereikend is een versnelde doorstroming naar de ROC.
- intensief aanbod, voor de moeilijk lerende (ML) leerling. Intensieve begeleiding, zo nodig aanpassing vermindering aanbod theorie en meer praktijk. Uitstroom aansluitend bij Niveau 1 of doorstroming naar werk met een ontheffing voor scholing.
Twee uur theorie in de ochtend, waarin het eerste uur de hoofdlijn volgens jaarplan basis aanbod behandeld wordt. Klassikaal, uitleg, interactief, leerling in een actieve stand betrekken in het lesgeven. Aan de hand van boek vaktheorie, film en opdrachten maken op schrift en met computer.
Het 2e uur wordt bepaald als logisch gevolg van de inzet van de leerling.a. Bijwerken achterstand. b. opdrachten van het eerste uur afmaken. c. intensivering d.m.v. extra studiemateriaal.
De praktijk begint altijd met werkoverleg waarin de werkorder van de dag wordt ingevuld; met welke werkzaamheden ben je nog bezig en wat heb je daarvoor nodig om dat af te ronden; gereedschap, materiaal, extra uitleg/begeleiding. Is de gerelateerde vaktheorie voldoende aan bod gekomen ? Na afronding klus; uitleg nieuwe klus, met verwijzing naar aansluitende theorie. Beginners werken met werkstukken uit methodiek, gevorderden werken met werkstukken wat een opdracht voor een externe partij zou kunnen zijn. Niveau
Een beperking in het aanbieden van opleidingsniveaus is tweeledig:
1.Kleinere en overzichtelijkere organisatiestructuur waarmee het relatief eenvoudiger is om een prettige leeromgeving te creëren voor de leerling,
2.Minder variatie in (afwijkende) opleidingstrajecten dat leerlingen geboden kan worden.
De ideale school realiseert koppelingen van uiteenlopende theoretische en praktische opleidingen, waarmee bv een theoretisch georiënteerde leerling (Vmbo T, Mavo,Havo,VWO) uiteenlopende variaties (praktijk)ervaring kan opdoen, passend bij hun interesse.
Koppeling van klein en groot inéén maakt het mogelijk de kracht van beide te combineren. Eigenlijk dus een "scholen" "gemeenschap" onder één dak, waarin de aangeboden niveaus in in enkele groepen(scholen) zijn samengevoegd in een gemeenschap...
Het gebouw, het plein, lesaanbod, doorstroommogelijkheden, etc, alles is er op gericht op een langdurig verblijf van de leerling, waarin leerlingen "eigenaar" zijn van hun leeromgeving. De leerling vervuld een actieve rol bij de inrichting en aankleding van de school, het plein etc. Leerlingen worden gestimuleerd een actieve rol te gaan vervullen in hun eigen ontwikkeling. Het lesaanbod door de docent is een combinatie van directe kennisoverdracht en een interactief lesprogramma door dezelfde docent. Het voornaamste waarin leerlingen zich zullen onderscheiden van elkaar is welke leerstijl het beste bij hun past.
De omvang van de school (de "gemeenschap") maakt dat er meerdere 1e jaars zijn van eenzelfde studie. Dit creëert de mogelijkheid van een scheiding in leerstijlen. Bv een leerling die leerstijl A volgt een opleiding waarin de lessen alleen traditioneel van opzet zijn; leraar voor de klas en kennisoverdracht, terwijl een leerling die B volgt veel een meer interactief lesprogramma ondergaat.
Waar is onze school op gebaseerd?
Deze school komt vooral uit het sociaal constructivisme.
Carel Frederik van Parreren heeft twaalf onderwijsleerprincipes opgesteld:
Het oriënteren op de leertaak; kan worden aangesloten bij de voorkennis die de leerlingen al hebben.
Dialogisch onderwijzen; het voorkomen van eenrichtingsverkeer door samenspraak en samenwerking met de leerlingen en docent.
Diagnostisch onderwijzen; het voorkomen dat bepaalde leerlingen achterblijven door voortdurend het niveau van handelsbekwaamheid te toetsen. De tekorten, als dat nodig is, te compenseren.
De leertaak opdelen in deeltaken; per leerling kan dit verschillend zijn, niet alleen om een zo volledig mogelijke oriënteringsbasis tot stand te brengen, maar ook het beoogde doel van de leermotivatie tot stand te brengen.
Leertaken aanbieden op verschillende niveaus; via materiaal, waarneming, verbaal of mentaal. Dit is er om het verinnerlijkingsproces te kunnen aanpassen aan de verschillen die de leerlingen onderling hebben.
De aanwijzingen te geven in een rustig tempo en via verschillende kanalen; via woord, geschrift of beeld.
Uitleg en hulp aanbieden op basis van de feitelijke aanpak van de leerlingen zelf; Van Parreren is tegen het leren van losse feiten, beoordelen op grond van prestaties.
Het bevorderen van het reflecteren en het evalueren van de leertaak door de leerlingen zelf; de leerlingen mogen samen met de leraar een beoordelingscriteria ontwikkelen.
Het aanbieden van variatie in leertaken; hierdoor het routinematige handelen tegengaan.
Het stimuleren van het eigen initiatief en eigen inbreng van de kant van de leerlingen; hierdoor wordt het geleerde makkelijker mentaal eigendom.
Bevorderen van eigen verantwoordelijkheid, zelfvertrouwen en zelfsturing; dit wordt gekoppeld aan het onderwijs die de persoonsontwikkeling bij voorkeur via onzichtbare pedagogiek moet plaatsvinden en in nauwe samenhang van de gezamenlijke werken aan de leertaken.
Zorgen dat er een gunstig pedagogisch klimaat hangt voor een goede psychische ontwikkeling; het is een mix van traditionele eisen en moderne waarden.
Deze principes komen eigenlijk allemaal aan bod in onze school.
Het gebouw en (leer)omgeving
Helder, ruim met veel licht van buiten en overzichtelijk.
Veel groen, maar geen dichte begroeiing; creëren van ruimte. Gevarieerd plein met uiteenlopende zit / wandel mogelijkheden.
Omstandigheid creëren waardoor leerlingen gestimuleerd worden zelf bij te dragen aan veranderingen en/of verbeteringen
van de inrichting van het buiten gebied. Ruimte voor sport en spel.
Afdakje voor de regen voor de enkele roker...
Gebouw in cirkel rond het buiten verblijf (plein, wat niet op een plein mag lijken)
Theoretische leerlijnen en praktische leerlijnen ontmoeten elkaar in pauzes. In kantine en buiten.
Voor bgg lokalen eerst bordes met groen, ter vermijding van te directe inkijk van buiten naar binnen en andersom.
Zorg dragen dat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen uiteenlopende groeperingen.
Gezamenlijke activiteiten.
Indeling gebouw met betrekking tot vakken zó dat geen hinder ondervonden wordt van elkaar. (Herrie / stank praktijk versus theoretische vakken).
Het spreekt voor zich dat een les in één ruimte wordt gegeven. Overzicht van zowel docent als leerling is van groot belang.
Leermiddelen.
Klassen voorzien van smart-board, en computers. Daarnaast speciale ruimte met computers. Centraal systeem waar leerling eigen "space" heeft. Kan m.b.v. programma eigen cyber-leeromgeving creëren t.b.v. zelfstudie. Leerling heeft zelf inzicht in vorderingen en voortgang, compleet met het leerplan t/m uitstroomprofiel en data. Leerling kan huiswerk digitaal inleveren, zowel geschreven als getypt.
ML, ZMLK en SMOK leerlingen hebben dit ook, maar binnen klas-setting. Ingeroosterde zelfstudie uren kunnen ze verdienen.
Evenzo goed kunnen de reguliere onderwijs leerlingen beperkt worden in hun cyberspace- opties wanneer blijkt dat zij nog moeten leren omgaan met hun eigen verantwoordelijkheden, planning etc.
Naast hightech óók goedgeoutilleerde bibliotheek met studieboeken, de klassiekers en overige ontspanning.
Prikbord in kantine met mededelingen, gecombineerd met dat deze mededelingen op een digitaal bord staan.
Elke leerling heeft de beschikking over een laptop en is in staat om met deze laptop op het schoolnetwerk te werken, zodat lesstof gemakkelijk van het systeem afgehaald kan worden en huiswerk gemakkelijk ingeleverd kan worden via het netwerk.
De gehele lesstof is digitaal aanwezig op het schoolnetwerk
Week en dagindeling
5 dagen per week naar school. Na 1e periode van 3 maanden zsm praktijkervaring opdoen dmv erkende leerwerkbedrijven. Praktijklijn: 3 dagen waarin 1e twee uur vaktheorie en aanverwant, vervolgens 5 uur praktijk. De praktijk sluit dus direct aan op de vaktheorie van de 1e twee uur.
Lessen en instructievormen
In de praktijkschool wordt zoveel mogelijk het bedrijfsleven nagespeeld, compleet met werkorders.
De doelgroep betreft leerlingen met interesse voor techniek, horeca en logistiek.
De praktijk in de werkplaats van school is leidend. De moeilijkheidsgraad van de opdrachten van de werkplaats zijn ten alle tijden gekoppeld aan de vaktheorie én de stage in het bedrijfsleven.
Leren door doen, leren door beleven. Een constante koppeling tussen theorie, praktijk op school en stage.
Er is veel aandacht voor sport en spel. Er wordt Klassikaal les gegeven, terwijl ruimte is voor differentiaal aanbod.
Te weten een:
- basis studiestof aanbod, theorie aanbod waarmee aansluiting wordt gevonden op de ROC niveau 2, een
- extra studiestof aanbod voor de leerling die zich meer kan verdiepen, verantwoordelijke taken erbij krijgt. Wanneer dit niet toereikend is een versnelde doorstroming naar de ROC.
- intensief aanbod, voor de moeilijk lerende (ML) leerling. Intensieve begeleiding, zo nodig aanpassing vermindering aanbod theorie en meer praktijk. Uitstroom aansluitend bij Niveau 1 of doorstroming naar werk met een ontheffing voor scholing.
Twee uur theorie in de ochtend, waarin het eerste uur de hoofdlijn volgens jaarplan basis aanbod behandeld wordt. Klassikaal, uitleg, interactief, leerling in een actieve stand betrekken in het lesgeven. Aan de hand van boek vaktheorie, film en opdrachten maken op schrift en met computer.
Het 2e uur wordt bepaald als logisch gevolg van de inzet van de leerling.a. Bijwerken achterstand. b. opdrachten van het eerste uur afmaken. c. intensivering d.m.v. extra studiemateriaal.
De praktijk begint altijd met werkoverleg waarin de werkorder van de dag wordt ingevuld; met welke werkzaamheden ben je nog bezig en wat heb je daarvoor nodig om dat af te ronden; gereedschap, materiaal, extra uitleg/begeleiding. Is de gerelateerde vaktheorie voldoende aan bod gekomen ? Na afronding klus; uitleg nieuwe klus, met verwijzing naar aansluitende theorie. Beginners werken met werkstukken uit methodiek, gevorderden werken met werkstukken wat een opdracht voor een externe partij zou kunnen zijn.
Niveau
Een beperking in het aanbieden van opleidingsniveaus is tweeledig:
1.Kleinere en overzichtelijkere organisatiestructuur waarmee het relatief eenvoudiger is om een prettige leeromgeving te creëren voor de leerling,
2.Minder variatie in (afwijkende) opleidingstrajecten dat leerlingen geboden kan worden.
De ideale school realiseert koppelingen van uiteenlopende theoretische en praktische opleidingen, waarmee bv een theoretisch georiënteerde leerling (Vmbo T, Mavo,Havo,VWO) uiteenlopende variaties (praktijk)ervaring kan opdoen, passend bij hun interesse.
Koppeling van klein en groot inéén maakt het mogelijk de kracht van beide te combineren. Eigenlijk dus een "scholen" "gemeenschap" onder één dak, waarin de aangeboden niveaus in in enkele groepen(scholen) zijn samengevoegd in een gemeenschap...
Het gebouw, het plein, lesaanbod, doorstroommogelijkheden, etc, alles is er op gericht op een langdurig verblijf van de leerling, waarin leerlingen "eigenaar" zijn van hun leeromgeving. De leerling vervuld een actieve rol bij de inrichting en aankleding van de school, het plein etc. Leerlingen worden gestimuleerd een actieve rol te gaan vervullen in hun eigen ontwikkeling. Het lesaanbod door de docent is een combinatie van directe kennisoverdracht en een interactief lesprogramma door dezelfde docent. Het voornaamste waarin leerlingen zich zullen onderscheiden van elkaar is welke leerstijl het beste bij hun past.
De omvang van de school (de "gemeenschap") maakt dat er meerdere 1e jaars zijn van eenzelfde studie. Dit creëert de mogelijkheid van een scheiding in leerstijlen. Bv een leerling die leerstijl A volgt een opleiding waarin de lessen alleen traditioneel van opzet zijn; leraar voor de klas en kennisoverdracht, terwijl een leerling die B volgt veel een meer interactief lesprogramma ondergaat.
Waar is onze school op gebaseerd?
Deze school komt vooral uit het sociaal constructivisme.
Carel Frederik van Parreren heeft twaalf onderwijsleerprincipes opgesteld:
Deze principes komen eigenlijk allemaal aan bod in onze school.