Het constructivisme geschreven door Redmer Dijkstra en Filip Verschoor “De theorie constructivisme is gebaseerd op het verwerven van kennis en vaardigheden welke het resultaat zijn van denkactiviteiten van kinderen”. Het constructivisme gaat ervan uit dat het verwerven van kennis en vaardigheden geen gevolg is van directe kennisoverdracht door de docent, we leren nieuwe informatie te koppelen aan wat we al weten/geleerd hebben. Het constructivisme gaat uit van een actieve rol bij kinderen, waarbij het kind de (nieuwe) informatie verwerkt en kennis en vaardigheden opdoet. Door nieuwe informatie te integreren en op te slaan in het geheugen breidt het kind het taal- en kennissysteem uit. Binnen (interactief) onderwijs kunnen leerkrachten de actieve inbreng van leerlingen vergroten door uit te gaan van een krachtige leeromgeving waarin leerlingen zelf keuzes kunnen maken en een eigen betekenis leren toekennen aan de leerinhoud (encyclo).
Je zou het constructivisme in één zin kunnen samenvatten:“nieuwe kennis wordt geconfronteerd met al bestaande kennis” Het constructivisme kan vanuit twee verschillende oogpunten bekeken worden. Enerzijds vanuit de pedagogie en anderzijds vanuit de filosofie, ook wel het cognitieve constructivisme en het sociale constructivisme genoemd. De pedagogische wijze is vooral onderzocht door de Zwitserse psygoloog Piaget (1896-1980) en door de Rus Vygotski (1896-1934). Piaget stelt als het ware, dat een leerling effectiever en meer kennis vergaart, als deze leerling op een onderzoekende wijze zijn kennis verbreedt. Het “in een onderzoekssituatie plaatsen” van een leerling zou effectiever werken dan pure kennisoverdracht. De rede hiervan is (volgens Piagot), dat de leerling hierdoor meer uitgedaagd wordt en beter te motiveren is. Ook zal, door het maken van vergissingen, het stellen van vragen en het herkennen van bepaalde dingen, effectiever bijdragen aan het leerproces. Ook Carel Frederik van Parreren heeft veel onderzoek gedaan omtrent het constructivisme en heeft daar een eigen draai aan gegeven, welke hij in een aantal boeken heeft beschreven. Carel Frederik van Parreren Carel Frederik van Parreren is geboren op 14 januari 1920 te Amsterdam, hij overleed in 1991 op 71-jarige leeftijd in Didam. In 1942 startte hij met een studie Psychologie. Tijdens deze studie hield hij zich voornamelijk bezig met de studie onderwijsleerprocessen. Van Parreren had inzichten in de leerpsychologie en kon die vertalen naar praktische toepassingen in het onderwijs. Van Parreren wordt gezien als de uitvinder van het ontwikkelend onderwijs, deze term is afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie. De psychologische grondslag in de jaren dertig komt op naam van Vygotsky. “Je moet niet wachten tot het kind een bepaald ontwikkelingsstadium bereikt heeft, maar er samen met een ander kind naar toe werken.” Van Parreren heeft in zijn leven een aantal invloedrijke boeken geschreven die nog steeds gebruikt worden in het onderwijs, een aantal van zijn belangrijkste werken zijn: - Leren op school - Ontwikkeling van het jonge kind op de basisschool - Effectief studeren - Onderwijsproceskunde - Ontwikkelend onderwijs In Nederland zijn wij dankzij van Parreren bekend met de term ontwikkelend onderwijs, volgens van Parreren moeten wij dit zien als volgt: “ontwikkelend onderwijs is onderwijs dat gericht is op het verwerven van cognitieve instrumenten en werkwijzen.” Hiermee zegt hij dat ontwikkelend onderwijs een visie is op de manier waarop kinderen leren en een visie op de manier waarop docenten goed onderwijs kunnen en moeten geven. De ideeën van van Parreren staan op 5 pilaren, deze pilaren gaan uit van de manier waarop mensen leren en dingen onthouden: 1: Inzichtbevorderend leren: Door met opgaven te werken waarbij het antwoord met behulp van casussen verkregen wordt. Zo worden de dingen die al geleerd zijn toegepast en het inzicht daarop weer verder uitgebreid. Je leert dus eigenlijk van je ervaringen.
2: Verwerven van feitenkennis: Concrete feiten worden geleerd die eigenlijk al behoren tot de algemene ontwikkeling. Er wordt een inzicht opgebouwd door het onbewust leren van onderliggende feiten.
3: Memoriseren:
Rijtjes uit het hoofd leren die geen verband met elkaar houden.
4: Vorming van automatismen: Het aanleren van handelingen en die dan automatisch maken. 5: Dynamisch leren: Leren op persoonlijk vlak, je leert naar aanleiding van je persoonlijke interesse, normen en waarden. Je leert vaak onbewust dingen. Daarnaast heeft van Parreren 12 onderwijsleerprincipes opgesteld.
Het oriënteren op de leertaak; kan worden aangesloten bij de voorkennis die de leerlingen al hebben.
Dialogisch onderwijzen; het voorkomen van eenrichtingsverkeer door samenspraak en samenwerking met de leerlingen en docent.
Diagnostisch onderwijzen; het voorkomen dat bepaalde leerlingen achterblijven door voortdurend het niveau van handelsbekwaamheid te toetsen. De tekorten, als dat nodig is, te compenseren.
De leertaak opdelen in deeltaken; per leerling kan dit verschillend zijn, niet alleen om een zo volledig mogelijke oriënteringsbasis tot stand te brengen, maar ook het beoogde doel van de leermotivatie tot stand te brengen.
Leertaken aanbieden op verschillende niveaus; via materiaal, waarneming, verbaal of mentaal. Dit is er om het verinnerlijkingsproces te kunnen aanpassen aan de verschillen die de leerlingen onderling hebben.
De aanwijzingen te geven in een rustig tempo en via verschillende kanalen; via woord, geschrift of beeld.
Uitleg en hulp aanbieden op basis van de feitelijke aanpak van de leerlingen zelf; Van Parreren is tegen het leren van losse feiten, beoordelen op grond van prestaties.
Het bevorderen van het reflecteren en het evalueren van de leertaak door de leerlingen zelf; de leerlingen mogen samen met de leraar een beoordelingscriteria ontwikkelen.
Het aanbieden van variatie in leertaken; hierdoor het routinematige handelen tegengaan.
Het stimuleren van het eigen initiatief en eigen inbreng van de kant van de leerlingen; hierdoor wordt het geleerde makkelijker mentaal eigendom.
Bevorderen van eigen verantwoordelijkheid, zelfvertrouwen en zelfsturing; dit wordt gekoppeld aan het onderwijs die de persoonsontwikkeling bij voorkeur via onzichtbare pedagogiek moet plaatsvinden en in nauwe samenhang van de gezamenlijke werken aan de leertaken.
Zorgen dat er een gunstig pedagogisch klimaat hangt voor een goede psychische ontwikkeling; het is een mix van traditionele eisen en moderne waarden.
Tegenstanders van van Parreren: Van Parreren zat samen met Hans Freudenthal (bijnaam de onderwijshervormer) in een commissie, het project waaraan zij beiden werkten heette Kwantiwijzer. Freudenthal verschilde erg van mening over de ontwikkeling van de begrippen die van Parreren omschreef. Freudenthal zag de ontwikkeling van begrippen juist als resultaat van een leerproces. Ook hechtte Freudenthal geen belang aan systematisering.Jean Piaget had een andere theorie over de ontwikkeling van intelligentie. Hij ging ervan uit dat alleen de biologische ontwikkeling invloed had op het niveau van de leerling. Terwijl van Parreren ervan uit ging dat de leerling het niveau zelf kon verbeteren door veel te leren volgens de vijf beschreven leermethodes (bovengenoemde pilaren). Mening over de theorie van van Parreren over het constructivisme Wij denken dat de theorie die van Parreren beschrijft in zijn boeken een goede leertheorie is. Wij kunnen ons hierin goed vinden en we komen deze theorie ook tegen in het hedendaagse onderwijs. De 5 pilaren van leren herkennen we in onszelf en zijn daar onbewust mee bezig om dit te beheersen. We vinden het erg belangrijk dat er in het onderwijs geleerd wordt door dynamisch leren. Het soort leren waar de leerling behoefte aan heeft. Ook het leren verwerven van feiten kennis vinden we belangrijk omdat dit onderwerpen zijn waar een leerling iets van af moet weten. Van Parreren schrijft in zijn boek Ontwikkelend onderwijs een 12 tal onderwijsleerprincipes. Deze 12 leerprincipes leiden tot goed en gevarieerd onderwijs, omdat van Parreren uit gaat van de individuele leerling met zijn individuele interesses en de daarbij behorende manier van leren voor deze leerling. Wel moet gezegd worden, dat er achter het constructivisme een vlakuil schuilt. Mocht het constructivisme nu te ver doorgevoerd worden, dan zal het gevaar zijn, dat men het aanleren van basisfeiten uit het oog verliest. Ook Van Parreren zelf beschrijft een valkuil in zijn boek “leren op school” (hfst 10). Hij beschrijft een valkuil “te sterke motivatie”. Hij beschrijft dat als de motivatie tijdens een leerproces overmatig sterk wordt, dan kan het leren juist weer nadeel ondervinden. Vooral het leren dat nadenken, overleg en het ontstaan van inzichten vereist, kan door een te krampachtige motivatie (over motivatie) geschaad worden.
Literatuurlijst:Parreren C.F. van (1965). Leren op school. Groningen: uitgeverij Wolters-Noordhoff bv (hfst. 1 en 10).Parreren C.F. van (1988). Ontwikkelend onderwijs. Leuven: uitgeverij Acco (hfst 4).Valcke M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Gent: Academia Press (Thema 3)Wikipedia onder zoekactie Constructivisme
“De theorie constructivisme is gebaseerd op het verwerven van kennis en vaardigheden welke het resultaat zijn van denkactiviteiten van kinderen”. Het constructivisme gaat ervan uit dat het verwerven van kennis en vaardigheden geen gevolg is van directe kennisoverdracht door de docent, we leren nieuwe informatie te koppelen aan wat we al weten/geleerd hebben. Het constructivisme gaat uit van een actieve rol bij kinderen, waarbij het kind de (nieuwe) informatie verwerkt en kennis en vaardigheden opdoet. Door nieuwe informatie te integreren en op te slaan in het geheugen breidt het kind het taal- en kennissysteem uit. Binnen (interactief) onderwijs kunnen leerkrachten de actieve inbreng van leerlingen vergroten door uit te gaan van een krachtige leeromgeving waarin leerlingen zelf keuzes kunnen maken en een eigen betekenis leren toekennen aan de leerinhoud (encyclo).
Je zou het constructivisme in één zin kunnen samenvatten:“nieuwe kennis wordt geconfronteerd met al bestaande kennis”
Het constructivisme kan vanuit twee verschillende oogpunten bekeken worden. Enerzijds vanuit de pedagogie en anderzijds vanuit de filosofie, ook wel het cognitieve constructivisme en het sociale constructivisme genoemd.
De pedagogische wijze is vooral onderzocht door de Zwitserse psygoloog Piaget (1896-1980) en door de Rus Vygotski (1896-1934). Piaget stelt als het ware, dat een leerling effectiever en meer kennis vergaart, als deze leerling op een onderzoekende wijze zijn kennis verbreedt. Het “in een onderzoekssituatie plaatsen” van een leerling zou effectiever werken dan pure kennisoverdracht. De rede hiervan is (volgens Piagot), dat de leerling hierdoor meer uitgedaagd wordt en beter te motiveren is. Ook zal, door het maken van vergissingen, het stellen van vragen en het herkennen van bepaalde dingen, effectiever bijdragen aan het leerproces.
Ook Carel Frederik van Parreren heeft veel onderzoek gedaan omtrent het constructivisme en heeft daar een eigen draai aan gegeven, welke hij in een aantal boeken heeft beschreven.
Carel Frederik van Parreren
Carel Frederik van Parreren is geboren op 14 januari 1920 te Amsterdam, hij overleed in 1991 op 71-jarige leeftijd in Didam. In 1942 startte hij met een studie Psychologie. Tijdens deze studie hield hij zich voornamelijk bezig met de studie onderwijsleerprocessen. Van Parreren had inzichten in de leerpsychologie en kon die vertalen naar praktische toepassingen in het onderwijs. Van Parreren wordt gezien als de uitvinder van het ontwikkelend onderwijs, deze term is afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie. De psychologische grondslag in de jaren dertig komt op naam van Vygotsky. “Je moet niet wachten tot het kind een bepaald ontwikkelingsstadium bereikt heeft, maar er samen met een ander kind naar toe werken.”
Van Parreren heeft in zijn leven een aantal invloedrijke boeken geschreven die nog steeds gebruikt worden in het onderwijs, een aantal van zijn belangrijkste werken zijn:
- Leren op school
- Ontwikkeling van het jonge kind op de basisschool
- Effectief studeren
- Onderwijsproceskunde
- Ontwikkelend onderwijs
In Nederland zijn wij dankzij van Parreren bekend met de term ontwikkelend onderwijs, volgens van Parreren moeten wij dit zien als volgt: “ontwikkelend onderwijs is onderwijs dat gericht is op het verwerven van cognitieve instrumenten en werkwijzen.” Hiermee zegt hij dat ontwikkelend onderwijs een visie is op de manier waarop kinderen leren en een visie op de manier waarop docenten goed onderwijs kunnen en moeten geven.
De ideeën van van Parreren staan op 5 pilaren, deze pilaren gaan uit van de manier waarop mensen leren en dingen onthouden:
1: Inzichtbevorderend leren:
Door met opgaven te werken waarbij het antwoord met behulp van casussen verkregen wordt. Zo worden de dingen die al geleerd zijn toegepast en het inzicht daarop weer verder uitgebreid. Je leert dus eigenlijk van je ervaringen.
2: Verwerven van feitenkennis:
Concrete feiten worden geleerd die eigenlijk al behoren tot de algemene ontwikkeling. Er wordt een inzicht opgebouwd door het onbewust leren van onderliggende feiten.
3: Memoriseren:
Rijtjes uit het hoofd leren die geen verband met elkaar houden.
4: Vorming van automatismen:
Het aanleren van handelingen en die dan automatisch maken.
5: Dynamisch leren:
Leren op persoonlijk vlak, je leert naar aanleiding van je persoonlijke interesse, normen en waarden. Je leert vaak onbewust dingen.
Daarnaast heeft van Parreren 12 onderwijsleerprincipes opgesteld.
Tegenstanders van van Parreren:
Van Parreren zat samen met Hans Freudenthal (bijnaam de onderwijshervormer) in een commissie, het project waaraan zij beiden werkten heette Kwantiwijzer. Freudenthal verschilde erg van mening over de ontwikkeling van de begrippen die van Parreren omschreef. Freudenthal zag de ontwikkeling van begrippen juist als resultaat van een leerproces. Ook hechtte Freudenthal geen belang aan systematisering.Jean Piaget had een andere theorie over de ontwikkeling van intelligentie. Hij ging ervan uit dat alleen de biologische ontwikkeling invloed had op het niveau van de leerling. Terwijl van Parreren ervan uit ging dat de leerling het niveau zelf kon verbeteren door veel te leren volgens de vijf beschreven leermethodes (bovengenoemde pilaren).
Mening over de theorie van van Parreren over het constructivisme
Wij denken dat de theorie die van Parreren beschrijft in zijn boeken een goede leertheorie is. Wij kunnen ons hierin goed vinden en we komen deze theorie ook tegen in het hedendaagse onderwijs. De 5 pilaren van leren herkennen we in onszelf en zijn daar onbewust mee bezig om dit te beheersen. We vinden het erg belangrijk dat er in het onderwijs geleerd wordt door dynamisch leren. Het soort leren waar de leerling behoefte aan heeft. Ook het leren verwerven van feiten kennis vinden we belangrijk omdat dit onderwerpen zijn waar een leerling iets van af moet weten.
Van Parreren schrijft in zijn boek Ontwikkelend onderwijs een 12 tal onderwijsleerprincipes. Deze 12 leerprincipes leiden tot goed en gevarieerd onderwijs, omdat van Parreren uit gaat van de individuele leerling met zijn individuele interesses en de daarbij behorende manier van leren voor deze leerling.
Wel moet gezegd worden, dat er achter het constructivisme een vlakuil schuilt. Mocht het constructivisme nu te ver doorgevoerd worden, dan zal het gevaar zijn, dat men het aanleren van basisfeiten uit het oog verliest.
Ook Van Parreren zelf beschrijft een valkuil in zijn boek “leren op school” (hfst 10). Hij beschrijft een valkuil “te sterke motivatie”. Hij beschrijft dat als de motivatie tijdens een leerproces overmatig sterk wordt, dan kan het leren juist weer nadeel ondervinden. Vooral het leren dat nadenken, overleg en het ontstaan van inzichten vereist, kan door een te krampachtige motivatie (over motivatie) geschaad worden.